Nederland telt zo’n 800 lokale partijen. Ze komen regelmatig in het nieuws omdat ze scoren binnen de gemeente, niet worden gesubsidieerd zoals landelijke partijen, of anderzijds. Wat wordt er over lokale partijen bericht? Hieronder enkele gepubliceerde artikelen.
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur, donderdag 29 april 2010
Lokale partijen verzilveren zege
DEN HAAG – De grote zege bij de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart 2010 levert de lokale partijen veel wethoudersposten op.
De lokale partijen haalden in de college-onderhandelingen tot nu toe (circa 90 procent van de gemeenten heeft inmiddels een nieuw college van B en W) in totaal 336 wethoudersposten binnen – een winst van 79 posten. De lokalen nemen de positie van de PvdA over als grootste leverancier van wethouders. De PvdA had 375 wethouders en heeft tot nu toe 194 wethoudersposten binnen gehaald. Ook de VVD (tot nu 242) en het CDA (tot nu 238) leveren meer wethouders dan de PvdA.
Meer wethouders
Opvallend aan het onderzoek van Binnenlands Bestuur is verder dat er in plaats van minder juist meer wethouders aantreden. Veel politieke partijen zeiden tijdens de campagnes in deze crisistijd te willen schrappen in het aantal wethoudersposten. Tot nu toe zijn 64 wethoudersposten extra gecreëerd, terwijl er 61 zijn geschrapt. Grotere colleges worden vooral gevormd in de vijftig grootste gemeenten. Belangrijkste oorzaak voor de toename van het aantal wethouders is de politieke verplintering, waardoor er meer partijen nodig zijn om een stabiel college te vormen.
———————————————————————————————-
Bron: De Telegraaf, vrijdag 26 februari 2010
Lokalo’s: ‘Verbiedt landelijke politici campagne te voeren’
ARNHEM - Lijsttrekker en raadslid Nico Wiggers van de lokale Arnhemse partij Zuid Centraal wil dat het verboden wordt voor landelijke politici om campagne te voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen.
De lijsttrekker ergert zich groen en geel aan de landelijke politici die deze dagen overal in het land opduiken om lokale politici te steunen in hun verkiezingsstrijd.
Onfatsoenlijk
,,Het naar gemeentes toehalen van landelijke politici is te zot voor woorden. Die partijen moeten het op hun eigen kracht doen, net als wij, wij halen er ook geen andere mensen bij. Ze zullen het de komende vier jaar ook zelf moeten doen. Het is onfatsoenlijk om legers politici uit Den Haag te halen voor een act’’, zo stelt Wiggers resoluut. ,,Landelijke politici wekken zo de indruk dat zij wat voor een specifieke gemeente kunnen betekenen. Er wordt gesuggereerd dat er speciale banden zijn met de landelijke fractie in Den Haag, maar die doen niets voor de lokale afdelingen.’’ De ondersteuning door landelijke politici zet, mede door de media-aandacht die ze trekken, onafhankelijke lokale kandidaten op achterstand, zo vindt hij.
Verbod
Wiggers heeft daarom gisteren samen met de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG), de website www.lokaalislokaal.nl gelanceerd, waarop mensen een petitie kunnen ondertekenen. Zo hoopt de Arnhemse politicus zeker 40.000 handtekeningen te verzamelen om zijn voorstel via een burgerinitiatief op de politieke kaart te krijgen. In eerste instantie zet hij in op een verbod. ,,Maar het zou mooi zijn als de politici hierdoor zelf zeggen: ‘wij zullen dit respecteren en niet meer naar gemeentes gaan’.’’
Misleiding
Volgens Wiggers ‘moet het eindelijk eens afgelopen zijn met deze democratisch ongewenste beïnvloeding van de kiezers’. ,Alexander Pechtold was afgelopen zaterdag in Arnhem en deelde daar folders uit. Maar iemand die niet op de hoogte is van wie hij is, of niet ziet dat het Pechtold is en op hem wil stemmen, komt er misschien in het stemhokje pas achter dat hij niet op de lijst staat. En vervolgens stemt diegene dan maar op iemand anders van die partij. Een ander voorbeeld is dat premier Balkenende in een radiospotje mensen oproept om op woensdag 3 maart 2010 op het CDA te stemmen. Het is te zot voor woorden als de premier, ministers en Kamerleden op deze wijze aandacht trekken.’’ De kiezer moet wakker geschud worden, aldus Wiggers ,,Voor lokale zaken moet je op een lokale partij stemmen en niet op een landelijke.’’
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur, maandag 22 februari 2010
Lokale partijen naar rechter om achterstelling
De Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) dagvaarden de Staat der Nederlanden. De belangenvereniging voor lokale partijen stelt dat ze door het Rijk worden achtergesteld omdat ze in tegenstelling tot landelijke politieke partijen geen geld krijgen op grond van de Wet subsidiëring politieke partijen.
Ongelijk
De lokale partijen voeren hun campagnes uit eigen middelen, terwijl de afdelingen van landelijke partijen geld uit Den Haag krijgen. ‘De ongelijke kansen op lokaal niveau worden hierdoor verscherpt’, aldus de VPPG zondag. De belangenvereniging strijdt al jaren voor gelijke behandeling, maar krijgt volgens voorzitter Fons Zinken geen voet aan de grond. ‘Daarom rest ons nu slechts een gang naar de rechter.’ Een studie van de Maastrichtse professor Twan Tak vormt de basis voor de procedure. Tak concludeert dat de subsidieregeling in strijd is met een aantal grondrechten.
Calimero
Een calimero-gevoel is de lokale partijen niet vreemd. Al jaren is de overvleugeling van landelijke thema’s over de lokale politiek een doorn in het oog van de lokalen. Als klap op de vuurpijl viel het kabinet afgelopen weekend, anderhalve week voor de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart. Waren de lokalen al in geen lijsttrekkersdebat vertegenwoordigd – ‘Schandalig’, vindt Zinken – sinds zaterdag gaat de publieke discussie alleen nog over de val van het kabinet en wie daar de schuld van draagt.
Steun
Secretaris Hans van Agteren is optimistischer. Als lijsttrekker van Burgerbelangen in Enschede stond hij zaterdag de hele dag campagne te voeren op de markt in zijn stad. ‘De mensen zijn het gekrakeel aan het Binnenhof zat. Als lokale partij krijgen wij juist nu veel steun.’
Lokale belangen
De VPPG vertegenwoordigt ongeveer tweehonderd lokale politieke partijen in Nederland. Het gaat om partijen die actief zijn in een gemeente en geen afdeling zijn van een landelijke partij. De partijen staan zich er op voor als geen andere partij de lokale belangen van hun gemeente te behartigen.
———————————————————————————————-
Bron: NOS Teletekst, maandag 22 februari 2010
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur (12 november 2009)
Lokalen gepiepeld
door Erik van Zwam
Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht voelen lokale politieke partijen zich geschoffeerd door de opleidingssubsidie die dit jaar voor het eerst ter beschikking komt. 400 duizend euro zit er in de pot waaruit trainingen van raadsleden gefinancierd kunnen worden. Lokale partijen zonder landelijke moederpartij ontvangen enkele tientjes tot hooguit een paar honderd euro, zo blijkt uit onderzoek van een van onze redacteuren.
Hoe kan dat nou? Lokale partijen rukken steeds verder op in de gemeente. Alleen al bij vorige verkiezingen in 2006 behaalden ze 27 procent van de zetels. Maar nu blijkt dat de PvdA zo’n 110 duizend euro vangt, het CDA ruim 100 duizend euro opstrijkt en de andere landelijke partijen ook tienduizenden euro’s voor hun raadsleden pakken. De lokalo’s, bestaande uit honderden partijen, krijgen samen niet meer dan 30 duizend euro.
Het leek zo’n mooie regeling: opleidingsbudgetten voor raadsleden. Zeker nu er weer een enorme instroom zal zijn van nieuwelingen, kan daarmee de lokale democratie worden verstevigd door hen snel de spelregels en het handwerk bij de brengen. Streng schrijft minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst begin maart bij het afkondigen van de regeling: ‘Invoering van de subsidieregeling betekent dat een einde komt aan de discussie over de subsidiëring van lokale partijen door de rijksoverheid.’ Kort samengevat: er is nu geld voor lokale partijen, maar dan moet het gezeur van die kleintjes ook ophouden.
Wist dan niemand dat de lokalen hiervan nauwelijks gebruik konden maken? Tuurlijk wel, maar de landelijke politieke partijen hadden geen belang bij een kritisch geluid. Een snelle rekensom leert dat acht landelijke partijen, met ieder één aanvraag, voor maar liefst 7200 raadsleden de opleidingssubsidies regelen én dat zijn leuke budgetten voor de partijen die vóór deze regeling stemden. Door de gehanteerde verdeelsleutel is voor elk raadslid 53 euro ter beschikking, dus reken maar uit hoeveel een lokale partij krijgt voor drie raadsleden en hoeveel cursussen ze daarvan kunnen volgen.
Deze subsidieregeling moet de lokale democratie versterken, maar spekt hoofdzakelijk de kassen van de landelijke partijen. Dus is er gezeur, mevrouw Ter Horst. Het is een weinig democratische regeling geworden die zo uitpakt dat de gevestigde partijen, van SP tot VVD en van CDA tot GroenLinks, op gemeentelijk niveau worden versterkt ten koste van de kleine lokale partijen, die zich terecht gepiepeld voelen.
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur (30 oktober 2009)
Lokalo’s zijn moderne geuzen
door Martijn Delaere
Amateuristisch, populistisch – een paar typeringen van lokale politieke partijen. Maar lokale partijen zijn juist slim, betrokken én succesvol, zegt Bert Euser, zelf zo’n ‘lokalo’. Hij schreef er een boek over.
Op woensdagavond 3 maart van het volgend jaar, maken de Mingelens en de Westers van deze wereld met de politieke leiders in Nieuwspoort de verlies- en winstrekening op van de gemeenteraadsverkiezingen. Winnaars zullen er niet zijn. Die huizen namelijk niet in Den Haag, maar bivakkeren in hun ‘verre’ gemeenten en horen nergens bij.
De gestage opkomst van de lokale partijen gebeurt buiten het zicht van de media en de landelijke politiek. Zij worden landelijk nog steeds geringschattend aanduidt met lokalo’s. ‘Het zijn maar bedelaars, zeiden de Spanjaarden over de geuzen. Dan moeten we lokalo’s ook maar opvatten als een geuzennaam’, zegt ‘lokalo’ Bert Euser berustend.
‘Die moderne geuzen kiezen de plaatselijke politiek niet om hogerop te komen, zoals de jongere garde van de landelijke partijen, want er is geen hogerop voor raadsleden van lokale partijen. Het enige wat ze willen, is dat in hun leefomgeving geluisterd wordt naar de burger.’
Blijvertjes
Bert Euser is, zegt hijzelf, een ‘nieuwe lokale leider’ die schoon genoeg had van de traditionele politiek en in 2005 in het Zuid-Hollandse Albrandswaard de partij Echt Voor Albrandswaard (EVA) oprichtte. Een jaar later werd EVA met 24 procent van de stemmen en 5 zetels in de raad de grootste partij in deze gemeente onder de rook van Rotterdam.
Raadslid Euser: ‘Mijn politieke tegenstanders riepen dat EVA voor ‘Euser Verliest Alles’ stond, maar ze verkeken zich behoorlijk. Net als al die andere critici die meenden dat de lokale partijen die in 2002 het licht zagen, eendagsvliegen en folklore zouden zijn.’
De lokale partijen bleken blijvertjes, met in 2002 en 2006 de meeste raadszetels in ’s lands gemeenten. En dat zal volgend jaar niet anders zijn. Sterker nog, de lokale partijen zullen groeien en meer colleges vullen, verwacht Euser. ‘Tot op de dag van vandaag willen de grote landelijke partijen het fenomeen van de lokale partijen niet begrijpen. Ze halen er hun neus voor op. Dat kunnen ze in Den Haag ook doen, want daar spelen de lokale partijen geen rol. Maar in de provincie lijden de gevestigde partijen onder de opmars van de lokale partijen.’
Politieke odyssee
Ex-CDA wethouder (1995-2002) en huidig EVA-raadslid in Albrandswaard Euser publiceerde recent het boek Lokale leiders; de opkomst van de geuzendemocratie, waarin hij zijn eigen politieke odyssee koppelt aan de overstap die veel lokale politici maakten van landelijke naar plaatselijke partijen. Hij vergelijkt de leiders van de nieuwe lokale partijen met de geuzen die de Spanjaarden trotseerden en Den Briel in 1572 innamen.
Euser: ‘Een bont gezelschap, gepeupel, dat figuurlijk de wapens opneemt tegen de elite. Ze willen het systeem niet veranderen, het zijn geen revolutionairen, ze willen alleen dat de burgers die zich onbegrepen en niet-gehoord voelen een stem krijgen. Die middenklassebeweging verovert nu de gemeentepolitiek, zonder dat de landelijke elite dat in de gaten heeft en zonder dat de afdelingen er iets tegen ondernemen.’
Zegetocht
Euser sprak voor zijn boek met leiders van tientallen lokale partijen die in 2006 grote zeges behaalden. Bert Euser: ‘En het viel mij op hoeveel overeenkomsten er zijn tussen lokale partijen in het land. Driekwart van de leiders komt uit het bedrijfsleven.
Bij de landelijke partijen komt bijna iedereen uit de ambtenarij en het onderwijs. Het zijn doorgaans hoogopgeleide babyboomers, professionals die het hoogtepunt van hun carrière achter de rug hebben. Zij hebben nu de tijd om iets terug te doen voor de samenleving. De politiek is voor hun geen carrièreweg.
In een lokale partij zitten mensen met totaal verschillende politieke achtergronden. EVA is mede opgericht door een D66’er, een CDA’er en een PvdA’er. Ze zijn doelgericht. Ze zijn veel creatiever dan de vertegenwoordigers van de landelijke partijen. Zij kunnen namelijk niet leunen op de provincie of de landelijke politiek. Lokale partijen zijn vitaler.
Landelijke partijen hebben grote moeite om lokaal goede lijsten voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen te maken. Met het verdwijnen van de zuilen is het voedingsgebied van de landelijke partijen immers dramatisch ingekrompen. Voor ons was het geen grote moeite om dertig goede kandidaten te vinden.’
Bonkige namen
Euser heeft het zo vaak gehoord: lokale partijen zijn populistisch. Volgens hem gold dat voor veel ‘oude’ lokale partijen van voor 2000. Het geldt niet voor de lokale partijen die meededen aan de raadsverkiezingen van 2002 en 2006 en meedoen in 2010. Bert Euser: ‘Vooral in Brabant en Limburg had je vroeger persoonslijsten, maar de nieuwkomers hebben met opzet hun namen achterwege gelaten.
Nu heten de partijen Winterswijks Belang of Recht door Zee in Edam-Volendam. Soms wat bonkige namen, omdat die partijen en de lijsten veelal in een paar weken in elkaar zijn gezet. Lijstaanvoerders van lokale partijen zijn veelal niet in de colleges van B en W gaan zitten. De babyboomers willen doorgaans geen bestuurder worden, maar zoeken ervaren mensen om in het college zitting te nemen, als er tenminste geen lokaal cordon sanitaire om de partij is aangebracht. Dat gebeurt namelijk nogal eens.’
Eusers EVA maakte het zelf mee. Hoewel de partij bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen de grootste partij van Albrandswaard werd, vormden de landelijke partijen in 2006 het college. Euser werd geen fractievoorzitter van de EVA, maar ‘gewoon raadslid’. ‘Om de zaken in de gaten te houden.’ Als de EVA volgend jaar wel in het college komt, wil Euser wethouder worden. ‘Parttime, want het is goed voor wethouders in kleinere gemeenten om met de poten in de modder te blijven staan.’
Opiniepeiling
Maar dan moet de huidige coalitie in Albrandswaard wel barsten, want net als in veel andere gemeenten staan de landelijke partijen niet te trappelen om de ‘lokalo’s’ aan boord te nemen. Euser: ‘We moeten ervoor zorgen dat we samen met de Nieuwe Albrandswaardse Partij de absolute meerderheid in de gemeenteraad krijgen. Nu hebben we acht van de negentien zetels, twee erbij en lokaal kan niet meer buiten het college worden gehouden. Dat moet lukken.’
En wat voor Albrandswaard geldt, geldt voor alle gemeenten, meent Euser: ‘Alle lokale partijen profiteren van het verdwenen vertrouwen van de burgers in de politiek en het bestuur. Als de PvdA het in de landelijke peilingen dramatisch slecht doet, dan doet de PvdA het ook slecht in de gemeenten. Voor hen zijn de raadsverkiezingen van volgend jaar een opiniepeiling over de landelijke politiek, maar de lokale partijen spelen landelijk helemaal geen rol. Als er dus lokale partijen opstaan die niet óver de burgers willen besturen maar mét de burgers en die zich verzetten tegen megalomane plannen waar niemand om heeft gevraagd, dan winnen ze weer de gemeenteraadsverkiezingen.’
Lokalo’s in cijfers
Nederland telt zo’n 800 lokale partijen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 en 2006 ging 25 procent van de stemmen naar lokale partijen. In Noord-Brabant en Limburg was dat resp. 37 en 33,5 procent. In 2002 deden 167 lokale partijen voor het eerst mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Eenderde droeg de naam Leefbaar in zich. In 2006 was het Leefbaar grotendeels verdwenen en namen 304 nieuwe partijen deel aan de verkiezingen. De helft haalde zetels. Een op de vijf lokale partijen haalde meer dan 10 procent van de stemmen.
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur (27 maart 2009)
Lokale politiek krijgt rijkssteun
door Brian van der Bol
Lokale politieke partijen krijgen na jarenlang soebatten net als de landelijke partijen subsidie. Toch is de Vereniging van Plaatselijke Politieke Partijen (VPPG) niet blij. ‘Minister Ter Horst probeert ons af te kopen.’
De Vereniging van Plaatselijke Politieke Partijen (VPPG) vond afgelopen winter gehoor bij de Tweede Kamer om een einde te maken aan de ongelijke situatie tussen de subsidiëring van landelijke en lokale politieke partijen. Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst (PvdA) maakte onlangs bekend dat zij gehoor geeft aan de wens van de Tweede Kamer. Voor scholing en verkiezingscampagnes wil de minister de lokale partijen nu ook subsidiëren.
Volgens de VPPG blijft er sprake van ‘oneerlijke concurrentie’ tussen lokale afdelingen van landelijke partijen, die direct en indirect profiteren van allerlei andere rijkssubsidiestromen, en lokale politieke partijen die dat profijt niet hebben. Landelijke partijen maken via de Wet subsidiëring politieke partijen al jaren aanspraak op rijkssubsidie.
‘Doel van deze wet is het in stand houden en zo mogelijk versterken van de positie van politieke partijen in het democratisch staatsbestel’, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken op zijn website. Het subsidiebudget is circa vijftien miljoen euro. Gerrit Voerman, directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen: ‘Lokale afdelingen kunnen van die subsidie profiteren, bijvoorbeeld via scholing.’ De regio kende volgens Voerman daarom jarenlang een ongelijke situatie. ‘Dat was niet elegant ten opzichte van de lokale partijen.’
Scholing
Voor scholing van gemeenteraadsleden heeft Ter Horst vierhonderdduizend euro beschikbaar gesteld. Daarbij heeft zij aangegeven dat ook raadsleden van lokale politieke partijen een beroep kunnen doen op deze scholingssubsidie. Het budget wordt verdeeld naar rato van de raadszetels van alle politieke partijen die ‘tijdig’ een aanvraag hebben ingediend – naar verwachting wordt voor de zomer duidelijk hoe de regeling er precies uitziet. De hoogte van de subsidie per partij is dus afhankelijk van het aantal partijen dat een beroep op de regeling doet. Voerman wijst erop dat vier ton geen vetpot is. ‘Als de bijna negenduizend raadsleden er allemaal gebruik van maken is dat 45 euro per raadslid. Daar kun je niet zoveel mee.’
De koepelorganisatie van de lokale politieke partijen vindt het ‘oneerlijk’ dat de lokale afdelingen van de landelijke politieke partijen verkiezingscampagne kunnen voeren met rijkssubsidie, terwijl de lokale partijen campagnes uit eigen zak moeten betalen. Dat de lokale partijen nu ook aanspraak maken op de campagnesubsidiepot van vijfhonderdduizend euro, is volgens Gerrit Voerman vooral principieel van belang. Maar de VPPG is allerminst blij. ‘Ter Horst probeert ons hiermee af te kopen’, zegt vicevoorzitter Fons Zinken over de nieuwe subsidieregeling.
De VPPG wil dat de vijftien miljoen euro uit de Wet subsidiëring politieke partijen wordt verdeeld over alle uitgebrachte stemmen bij de drie binnenlandse verkiezingen (gemeentelijk, provinciaal en landelijk). Volgens de VPPG, die zich baseert op cijfers van de Kiesraad, zijn bij de drie recentste verkiezingen bijna 22,5 miljoen geldige stemmen uitgebracht. Uitgaande van vijftien miljoen euro zou elke stem 67 eurocent opleveren. De lokale partijen kregen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 ruim 1,7 miljoen stemmen en waren daarmee de grootste politieke stroming. Wanneer het aantal stemmen zou zijn vermenigvuldigd met 67 cent hadden de lokale partijen ruim 1,1 miljoen euro te verdelen gehad.
De VPPG heeft in brieven aan de Tweede Kamer en minister Ter Horst haar onvrede over de besluiten van de minister kenbaar gemaakt. Het ministerie kon bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet reageren op de brief van de koepelorganisatie van lokale politieke partijen.
Anderhalf miljoen euro steun voor lokale PvdA
Lokale politieke partijen krijgen geen algemene subsidies zoals landelijke in de Tweede Kamer vertegenwoordigde politieke partijen. De PvdA bijvoorbeeld krijgt verschillende ‘geoormerkte’ subsidies van het rijk. De partij ontvangt 2,2 miljoen euro plus 550 duizend euro voor het wetenschappelijk bureau en nog eens 153 duizend euro voor de jongerenafdeling. Daarnaast dragen alle PvdA-politici zo’n twee procent van hun honorarium af aan de partij. ‘Een raadslid in Heerhugowaard betaalt zo minder dan een commissaris van de koningin of een burgemeester’, zegt Jan-Jaap van den Berg, secretaris van het Centrum voor Lokaal Bestuur van de PvdA.
De PvdA maakt ruim een miljoen euro direct over naar de lokale afdelingen. Daarnaast is er een post van 550 duizend euro voor ‘ondersteuning’, zoals de training van (aspirant-)gemeenteraadsleden. Het geld wordt verdeeld naar het aantal leden van een lokale afdeling. Omdat de PvdA veel afdelingen heeft (circa 450) moeten sommige het doen met een paar duizend euro. Het partijbureau ziet toe op wat er met het geld gebeurt.
De 25 grootste afdelingen moeten een werkplan en begroting indienen. De kleinere afdelingen dienen hun aanvraag in bij het gewest. Aan het eind van het jaar wordt gecontroleerd waar het geld aan is besteed. In uitzonderlijke gevallen, bij oneigenlijk gebruik van de bijdrage door de afdeling, kan het geld teruggevorderd worden.
———————————————————————————————-
Bron: Binnenlands Bestuur (10 februari 2006)
Eens: 51%
Ricus Tiekstra, afdelingshoofd: De democratie heeft in zijn algemeenheid de toekomst. Overigens is het verschil tussen lokale partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen minder groot dan menigeen denkt. Ook de laatste richten bij lokale verkiezingen hun pijlen op lokale issues. Tjipke Bokma, coördinator: We moeten zo spoedig mogelijk af van het etiketteren van politieke partijen. Lokale politieke groeperingen hebben meer oog voor de lokale situatie en weten wat er speelt. Zij kunnen zich niet verschuilen achter een nationaal politiek partijstandpunt.
Rene Daalmans, beleidsmedewerker: De populariteit van lokale partijen is erg conjunctuurgevoelig. Jolanda Terpstra, beleidsadviseur: Bij lokale partijen weet je vaak niet hoe ze op toekomstige kwesties zullen reageren en of ze in een richting beslissen die jij als kiezer had beoogd. John van Boven, fractievoorzitter ChristenUnie : Ik zou het niet de toekomst willen noemen, dat lokale partijen vooral inspelen op de verlanglijstjespolitiek die steeds manifester wordt.